IJsland 2019

Eerst en vooral, wil ik nog eens benadrukken dat wat volgt MIJN persoonlijk opinie en voorkeuren zijn. Ik beweer helemaal niet dat ik gelijk heb en nog minder dat ik het allemaal weet. Het is gewoon een “verslag” van mijn belevingen, mijn ontgoochelingen en mijn ervaringen. Zijn die “objectief”? Neen, natuurlijk niet. Ik wil hier gewoon vertellen wat ik meegemaakt heb en vertellen waarom ik iets graag zie/heb/fotografeer/eet/ … Ik ben terug in België en … ik ben blij dat ik terug ben. De bedoeling van deze post? Anderen inlichten en hopelijk helpen bij het nemen van bepaalde beslissingen bij een reis naar IJsland.

  1. Camera
    Ik zou willen beginnen met een belangrijke les die ik geleerd heb: koop NOOIT een back-up camera een paar dagen voor je vertrekt! Leer uw camera kennen en gebruik die intensief gedurende een maand of langer. Wat is er juist gebeurd? Wel, het idee was om mijn iPhone (met filters en lenzen) te gebruiken als camera en de P30 als back-up voor het geval er iets misging met de iPhone. Dus, had ik in mijn linker vestzak de P30 en in mijn rechter de iPhone. Gemakkelijk en duidelijk.

    Op de tweede dag wou ik ’s morgens mijn iPhone gebruiken en … nog 7% batterij. Geen probleem, eventjes aansluiten op de powerbank en ondertussen een “paar” foto’s nemen met de P30. Die foto’s waren zo aangenaam en de zoom was zo indrukwekkend dat ik getwijfeld heb om van de P30 mijn camera te maken en de iPhone mijn back-up. Het “probleem” was dat ik voor die P30 geen lenzen en ook geen filters had. Op de derde dag heb ik dan de knoop doorgehakt en heb eigenlijk alleen nog foto’s genomen met de P30. Inderdaad, zonder filters en lenzen. Persoonlijk vind ik dat de foto’s heel goed door de beugel kunnen.

  2. Valies
    Qua gewicht heb ik geen problemen gehad ondanks de twee paar zware schoenen. Die waren eigenlijk niet nodig want op verschillende plaatsen was het heel goed mogelijk om op “gewone” schoenen rond te lopen. Mijn Gitzo-jas die ook een paar kilo’s weegt, heb ik eigenlijk ook niet nodig gehad! Uiteindelijk ging ik elke dag op stap met een iPhone, een P30 en een statief. En mijn goede vriend “thermos”. Wat ik wel altijd bijhad was een poncho. Want, je stapt uit de wagen in prachtig weer en na een half uur komen er van die heel donkere wolken van over een berg en de sluizen daarboven gaan open. Het probleem is niet zozeer het nat worden maar het terug droog worden. Ik sliep namelijk in een camper. Ik waste mijn ondergoed en kousen zelf en het duurde twee dagen voordat ze droog waren.

    Dus, 23 kg in de valies voor twee weken is best te doen. Uiteindelijk had ik ook geen winterkleren mee. Niet nodig eind augustus. Eén nacht hebben we eens -2° C gehad en dat was het dan. Wat je wel echt heel goed kan gebruiken is een jas/vest die je beschermt tegen de wind, die overal doorheen blaast. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om met lagen te werken. Meestal doe ik een t-shirt aan, daarboven een fleese en daarboven een windbeschermende vest. In de valies zat ook een slaapzak en een opblaasbaar hoofdkussen, een verbandkistje (met pijnstillers, een of andere vloeistof tegen de irritante vliegjes of zijn het muggen, vloeistof tegen beten van die eerder genoemde rotbeesten, verband, … ), handdoeken, de gebruikelijke kleren zoals broeken, t-shirts, kousen en ondergoed, een fleese of twee, poncho, kuis- en onderhoudsproducten (shampoo, zeep, scheerschuim, after-shave, …), thermos en een boek of twee.

    Heel bewust heb ik niets van mijn elektronica in de valies gestopt. Na al hetgeen ik gezien heb op Zaventem met valiezen die verkeerd nagestuurd worden, die niet nagestuurd worden of die ergens staan te wachten in een vergeten gang, wou ik geen risico nemen. Zelfs indien ik moest wachten op mijn kleren (in het slechtste geval koop je er nieuwe) kon ik nog steeds foto’s nemen, communiceren of dingen opzoeken via gsm of computer, filmpjes of series bekijken tijdens dode momenten en dergelijke meer.

  3. Slapen
    Hmmmm, delicaat onderwerp. Wij reden in een camper. Enkele jaren terug kon je dichtbij een waterval parkeren en uw foto’s nemen voordat de bussen toekwamen met honderden toeristen die voor je lens kwamen lopen met hun selfiesticks. Ondertussen is dat ook verleden tijd. Het “vrij kamperen” is gedaan en elke dag moesten we op zoek gaan naar een kampeerplaats waar ook elke keer moest betaald worden. Voor dat geld heb je dan wel toegang tot water, toilet en elektriciteit. Je moet dan wel douchen in soms toch primitieve omstandigheden. De toiletten zijn meestal proper.

    Dus, eens aangekomen op zo’n kampeerplaats zoek je dan je plaatsje waar je je camper kunt aansluiten op het net. Bij ons werkte dat niet en tegen het einde van de reis hadden we binnen zelfs geen licht meer. We hebben dit dan ook gemeld en de reactie was: “we gaan het melden aan de technische mensen” en dat was het dan … Nog niet eens excuses laat staan een commerciële geste.

    Op een bepaald moment besluit je dan om (vroeg) te gaan slapen want ja, soms wil je vroeg opstaan voor de zonsopgang en soms wil je zelfs in het midden van de nacht opstaan voor het “groen spektakel”. Of … gewoon slaap “inhalen”. Hier kan ik één gouden raad geven: doe oordopjes mee. En dan nog … Het is niet omdat jij wilt slapen dat anderen dat gaan toelaten. Tot 23:00 uur en soms middernacht komen er mensen toe. Concreet wilt dat zeggen dat je (schuif)deuren hoort die toeslaan, dat er gebabbeld en soms geroepen wordt (hangt af of ze al dan niet beschonken zijn), dat je muziek moet beluisteren die helemaal uw smaak niet is, dat je voetstappen hoort die over grote keien lopen, …Nooit of te nimmer huur ik nog een camper.

  4. Eten
    Je kunt veel kopen in de supermarkten in de hoofdstad en in enkele “grote” dorpen. Maar dan moet je die dingen bereiden in een camper … Je bent heel beperkt qua materiaal, je moet koffie maken met water uit een fles, je hebt geen warm, lopend water. Je moet constant oppassen hoeveel water of gas je gebruikt. Het is niet te zien wanneer je gas op is. De “tafel” in de camper is een plank op een poot en die wankelt in elke richting. Wanneer je een beetje plaats wilt, al was het maar om je aan te kleden, dan moet je die plank en poot onder de matras opbergen. Het was zo erg dat we die tafel na de derde dag niet meer gebruikt hebben. Gelukkig kun je heel wat gekende en herkenbare producten kopen in de supermarkten onderweg.
  5. Wagen
    De wagen zelf was een droom om mee te rijden: een Ford-F 150. Automatische versnelling, “echte” 4X4, met een V-8  vijf liter (heeft men mij gezegd). Wanneer je op de staart drukte voelde je echt wel dat er iets onder de motorkap zat. En dat je dat ding veel drinken moest geven. Zo’n twintig liter per honderd kilometer. We hebben de toer van het eiland gedaan en op elke baan die wij genomen hebben, zijn we “gewone” wagens tegengekomen! Op sommige plaatsen zelfs fietsers.

    Ik blijf bij mijn overtuiging dat het ganse 4X4-gedoe puur commercieel is. Ik zeg niet in de winter en dan nog … want heel veel banen worden berijdbaar gemaakt. En zeker de 1, de baan die je toelaat om het “ganse” eiland te doen. Het is wel zo dat je in IJsland alleen met een 4X4 op de F-banen mag rijden en niet met een 4WD en al helemaal niet met een 2WD wagen.Wij zijn naar IJsland geweest in de maand oktober en we hadden geen 4X4 nodig. Tenslotte hebben we alleen de Golden Circle gedaan. We zijn eens in mei naar de West-Fjords gegaan toen er nog overal sneeuw lag en het sneeuwde terwijl wij er waren. Ook toen hadden we geen 4X4 nodig. Hadden we nu een 4X4 nodig? Niet echt! Die hebben we moeten huren om op die F-banen te mogen rijden. Natuurlijk is er een verschil wanneer je met een Ford-F 150 over die F-banen rijdt of met een “gewone” wagen. Je hebt meer plaats binnen, je zit hoger en comfortabeler, je hebt grotere en dikkere banden waardoor het aangenamer en gemakkelijker is om op de F-banen rond te hobbelen.

  6. Allerlei
    Ook opbergen is een echte grap. Sommige van onze kastjes sloten niet echt goed en wanneer je na een tocht op een F-baan uw achterdeur opendeed kon je de helft van de inhoud van uw kasten weer oprapen en ergens anders opbergen. Verschillende keren hebben we inhoud van de frigo moeten oprapen ondanks een “speciaal” slot.Uw kleren blijven eigenlijk de ganse rit in de valies. Geen kapstokken in de camper. Dus, nog een goede raad: breng een koord mee, dan kun je die gebruiken om uw kleren, handdoeken en dergelijke op te hangen en/of te drogen. Al dan niet buiten of ’s nachts. Persoonlijke hygiëne.Gelukkig voor de hygiëne zelf, moesten we bijna elke avond een kampeerterrein opzoeken. Dan kon je “normaal” naar het toilet gaan en een “normale” douche nemen. Ik ga hier niet beschrijven in welke staat sommige toiletten of douches zich bevonden. U uitkleden (en bijgevolg aankleden) in een kletsnatte douche is niet echt aangenaam. Ik vraag mij echt af wat sommige mensen doen in die douche om letterlijk alles nat te krijgen. Het was er gelukkig wel overal warm.

    De camper zelf had zelf wel zo’n chemisch toilet met een deur. Alleen, wanneer ik op de pot ging zitten kwam de deur in het midden van mijn dij … Wij hebben een kleine dertig Euro extra betaald voor de chemicaliën die we in dat toilet moesten doen. Maar we hebben het toilet niet gebruikt. Terugbetaling? Neen hoor. En de douche die was aan de buitenkant van de camper; gewoon een slang met een sproeikop. Ik heb dat deurtje eens opengedaan en het was duidelijk dat dat ding in geen maanden gebruikt was. Tja, … 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.